Wie bevordert nog onze zelfredzaamheid?

Een goede kennis van mij heeft een dochter die al een viertal jaren in het buitenland woont en werkt. Onlangs kreeg haar dochter een ernstige hersenbloeding. Dus vertrok ze spoorslags naar Griekenland om haar dochter bij te staan, te bezien hoe haar lichamelijke situatie was en aan de hand daarvan samen plannen te maken voor haar toekomst.
Haar situatie bleek dermate ernstig dat een intensieve revalidatie noodzakelijk was om uiteindelijk weer een zelfstandig leven mogelijk te kunnen maken. Daarbij was de prognose weinig optimistisch en werd betwijfeld of ze haar leven en werk in het buitenland als zelfstandig ondernemer weer zou kunnen oppakken. Moeder en dochter besloten daarom tot een definitieve terugkeer naar Nederland.
Dat bleek simpeler bedacht dan uitgevoerd. Aanvankelijk mocht ze niet vervoerd worden, maar daarbij: waar kon ze in Nederland verblijven voor haar revalidatie? Ze was in Griekenland wel voor haar zorg verzekerd, maar dat was niet zo makkelijk mee te nemen naar Nederland.
Nu heeft mijn kennis gelukkig jaren in de zorg gewerkt, dus zij weet voldoende van zorgverzekeraars, revalidatiecentra en verpleeghuizen. Optimistisch van aard schatte ze in dat het haar zou lukken haar dochter binnen een paar maanden zonder problemen naar Nederland terug te halen.
Enthousiast startte ze haar zoektocht naar een Nederlandse zorgverzekeraar. Elke Nederlander heeft immers recht op een zorgverzekeraar. Maar al snel bleek dat een recht hebben kennelijk totaal iets anders dan je recht krijgen. Er werd geen enkele zorgverzekeraar gevonden, die met mijn kennis in gesprek wilde gaan. Laat staan aangaf dat zij de zorg bij terugkeer in Nederland wel op zich wilden nemen.

Het bekende ‘van het kastje naar de muur’ ritueel werd in gang gezet om niets te hoeven doen.
Viel haar dochter gezien de prognose niet juist onder de langdurige zorg? Genezing was immers twijfelachtig. Daarmee was een zorgverzekeraar niet aan de orde. Hierin voorzag de wet langdurige zorg. Er is slechts een indicatie via de CIZ noodzakelijk. Althans zo luidt de voorlichting. Bij de gemeente is zelfs een gratis cliëntondersteuner beschikbaar om de weg te vinden.
Natuurlijk wilden moeder en dochter toch plaatsing in een revalidatiecentrum om er zeker van te zijn dat alles in het werk gesteld zou worden om haar weer zelfstandig te krijgen. Daarmee viel ze dus toch niet onder de wet langdurige zorg. De verwachting was immers dat de revalidatie op enig moment kon stoppen. Dus moest er wel een zorgverzekeraar worden gevonden, die de plaatsing in een revalidatiecentrum kon honoreren en betalen. In het woud van de zorgverzekeraars, revalidatiecentra en verzorgingshuizen kwamen ze geen steek verder dan het traditionele ‘van het kastje en de muur’.

Ten einde raad werd door iemand geopperd om tegen betaling een zorgmanager in te schakelen. Dat kost wel wat, maar ondanks haar zorgervaring kwam ze zelf geen steek verder. Een zorgmanager mogelijk wel. Dus werd tegen betaling een zorgmanager ingeschakeld.
Om 11:00 uur ging die aan de slag. Om 12:00 uur belde ze op dat ze een zorgverzekeraar had gevonden, die de zorg voor haar rekening wil nemen. Nog sterker: nog geen half uur later belde een enthousiaste zorgverzekeraar met de mededeling dat de zorgverzekering voor haar dochter was geregeld. En: de zorgmanager werd voor een deel zelfs vergoed vanuit de zorgverzekering!

Op zo’n moment vraag je je verbijsterd af wat er in ons land aan de hand is.

De overheid verwacht dat mensen zich voldoende zelfredzaam opstellen om hun eigen boontjes te doppen. Zij beroept zich er zelfs trots op die zelfredzaamheid van alle kanten te bevorderen. Datzelfde beleid wordt gesteund en gedragen door de zorgverzekeraars en de zorgverleners.

Maar wat gaat er hier dan mis?

Is ons leven inmiddels zo gebureaucratiseerd met een veelheid aan procedures dat je alleen kunt worden geholpen als je de juiste procedure kent en bewandelt? Daarbij zijn procedures niet algemeen bekend en moet je ervoor gestudeerd hebben om die wel te kennen. De zorgmanager dus. Dat die wat meer kost in een steeds duurdere zorg is slechts een bijkomstigheid. Belangrijk is en blijft dat alles via de juiste, geijkte banen loopt. Want in dergelijke zaken zijn we van alles, behalve creatief. En buiten de geëigende paden lopen wordt direct afgestraft. Zeker niet beloont, want dan gaat iedereen dat doen. We zijn bovendien toch opgevoed tot gehoorzaamheid. Kijk maar eens om je heen naar de rijen wachtenden op Schiphol of het keuzemenu aan de telefoon dat een snelle afhandeling suggereert maar daarna genadeloos overgaat in een lange wachttijd en ga zo maar door.
Slaafs volgen is onze norm geworden.

Oké, we praten er anders over. Met onze woorden belijden we dat mensen creatief, verstandig en veelzijdig zijn. Ons leven zou daar zelfs op ingericht zijn, want geen mens is hetzelfde. Zolang je je als mens ten minste niet naar deze woorden gedraagt.
Het venijn zit hem hier al in het woord belijden. Dat is met een lange ij, zodat je al direct weet waar het schuurt en pijn gaat doen.
Daarmee zijn we aanbelandt op het punt waar het omgaat. Praten over zaken is wat anders dan ze uitvoeren. Nog sterker, in onze tegenwoordige tijd hebben die twee nog maar weinig met elkaar te maken.
Dus: Zalig zijn de gehoorzamen, want hen behoort . . . . ! Maar ook hen behoort uiteindelijk niets.

Gerard Kulker
voorzitter