Veiligheid voor alles?

Een aantal jaren geleden werd actie gevoerd om ervoor te zorgen dat je medische dossier gedeeld kon worden met andere geneeskundigen die je gaan behandelen. Dat zou onnodige vragen voorkomen, efficiënter werken en de behandelend arts kon zo altijd bij je status en zijn behandeling daarop afstemmen.
Ik weet niet of jullie daarvoor toen ook toestemming hebben gegeven, maar ik in ieder geval wel. Ik moet er namelijk niet aandenken dat ik bij een ongeluk betrokken raak, buiten bewustzijn raak en de behandelend arts in het ziekenhuis niet in mijn dossier kan kijken en daarmee een voor mij verkeerde en risicovolle aanpak inzet.
Nu was dat allemaal nog voor de verwarring van de Algemene Verordening Gegevensverwerking (AVG) toesloeg. Want sinds die tijd lijkt het erop dat iedereen in een spagaat staat ten aanzien van het delen van gegevens op welk vlak dan ook. We zoeken niet, zoals voorheen gebruikelijk was, de mazen van de wet en maken daar dankbaar gebruik van. Hoewel . . .
Er zijn inmiddels een aantal overtreders bekend. Facebook, Google en de belastingdienst om een paar van de overtreders te noemen. Maar of ik die nu wil  bewonderen als smaakmaker of trendzetter?

Maar terug naar de reden waarom ik deze blog schrijf.
Onlangs moest ik voor een ingreep naar de cardioloog in het ziekenhuis, die helaas bij het bestuderen van mijn hartfilmpje wat mogelijke foutieve vlekken op mijn longen zag. Die zouden mijn beoogde operatie in de weg kunnen staan.
‘Ik zal u verwijzen naar de longarts’, zei de cardioloog vriendelijk. Waarop ik hem vertelde dat ik al onder behandeling bij een longarts stond, omdat ik rook en lijdt aan de gevolgen van COPD.
De cardioloog gaf er echter de voorkeur aan zijn collega longarts in hetzelfde ziekenhuis in te schakelen. Korte lijnen, je weet wel. En wie ben ik dan om dat tegen te spreken?
De realiteit had daar minder moeite mee, want die korte lijn bleek langer dan gedacht. De longarts nam niet op voor een afspraak. Zelfs na 10 minuten was er nog geen enkele reactie! De cardioloog besloot daarop (vanwege oplopende zorgkosten?) mijn voorstel te volgen. De langere lijn tussen Leiden en Delft bleek uiteindelijk toch korter. Binnen 5 minuten was er een afspraak geregeld. De cardioloog gaf aan dat hij zijn gegevens zou opsturen aan de longarts.
Omdat mijn ervaring met het opsturen van documenten in welke vorm dan ook tussen ziekenhuizen niet zo positief zijn, stelde ik aan hem voor dat ik de gegevens zou meenemen en bij mijn afspraak met de longarts zou overhandigen. Dat leek een werkbaar voorstel. Het uitprinten van een verzoek van de cardioloog voor een longonderzoek bleek snel geregeld. De elektronische gegevens uit mijn patiëntendossier op een CD zetten was lastiger. Het lukte het secretariaat niet mijn gegevens te downloaden. Wel konden ze worden verzonden naar een speciale afdeling, die ze wel op CD konden zetten. De CD kon helaas niet direct worden geleverd, maar dat was wel een dag later het geval. Een extra reis, maar je moet als patiënt wat voor je gezondheid over hebben niet?

Mijn longarts was blij met de gegevens die ik bij mijn bezoek aan hem meebracht. Maar kon helaas om de een of andere reden de CD niet uitlezen. Dus besloot hij zelf maar een scan van mijn longen te laten maken. Dat ging volgens hem sneller dan de tijd die nodig was op de juiste gegevens alsnog te krijgen. Op zo’n moment vraag je je toch af waar mijn elektronische patiëntendossier gebleven is? Wordt het nog gebruikt en wat zit erin? Zoals het nu (niet) werkt levert het onnodige zorgkosten op voor extra eigen onderzoek in plaats van het inzien van mijn gegevens, die ergens in mijn patiëntendossier te vinden zouden moeten zijn.
Logisch dat de zorgkosten stijgen? Of is dit een gevolg van de zogenoemde marktwerking in de zorg, waardoor ieder zijn eigen patiëntendossier heeft en onderhoudt en eigen software gebruikt, die nauwelijks gedeeld wordt en helaas niet altijd compatibel is met die van de ‘concurrent’. Gelukkig hebben ze allemaal wel het beste met ons als patiënt voor!
Mijn leermeester zei altijd: ‘Kijk waar de voeten heen gaan!’ Waarmee hij bedoelt dat daden meer de bedoeling en richting aangeven dan woorden. Voor mij getuigen dergelijke daden (of hier juist het gebrek aan daden) daarom eerder als een blijk van weinig klantvriendelijk en weinig efficiënt zijn. Ook al wordt de AVG in deze het nodige verweten. Of krijgt de software de schuld. (Dat zijn dan de woorden, weet je wel.).Zo’n laatste opmerking vind ik bovendien een dooddoener. Als we zien hoeveel geld er in de automatisering wordt gestoken, dan zou je er toch van mogen uitgaan dat, alleen al vanwege de prijs die ervoor betaald is, een feilloos systeem geleverd moet zijn.

Het kan trouwens ook zijn dat het systeem zodanig is beveiligd tegen ongewenste inbraak, dat het voor eigen simpel gebruik te complex is geworden en we er met zijn allen in vastgelopen zijn.
Wie heeft het lef om daadwerkelijk iets aan deze wijze van weinig klantvriendelijk werken iets te doen door er paal en perk aan te stellen? We kopen niets voor een overdreven veiligheid, die een werkbaar systeem in de weg staat en alleen is gebaseerd op fobische angst en wantrouwen.

Gerard Kulker
voorzitter