De menselijke maat is zoek

Zelfregie en eigen verantwoordelijkheid zijn in onze tijd een hoog goed.
Ook ik onderschrijf dat van harte en zet me dagelijks in om zo goed mogelijk vorm te geven aan mijn eigen verantwoordelijkheid voor de manier waarop ik mij goed voel en hierbij een plaats te geven aan de gebreken waar ik met het stijgen der jaren tegenaan begin te lopen.
De laatste tijd bekruipt mij het gevoel dat maatschappelijke organisaties niet direct meegroeien in het ontwikkelen van een eigen regie. Sterker nog, ik krijg met enige regelmaat het gevoel dat dergelijke organisaties vanwege onze toenemende zelfredzaamheid eerder geïrriteerd raken, omdat we vragen stellen waar zij niet op rekenen of omdat we vanuit onze eigen verantwoordelijk menen dat we mee kunnen en mogen bepalen wat ons behandelplan inhoudt. Hierdoor vraag ik me af of dergelijke organisaties wel geleerd hebben om op een gelijkwaardige manier met ons om te gaan?

Om dit te toetsen heb ik aan maatschappelijke instanties de vraag gesteld of er in de opleiding van professionals tegenwoordig ruimte is om hen te leren omgaan met mondiger mensen/patiënten. Maar helaas is daarvoor geen specifieke aandacht. Kennelijk wordt ervan uit gegaan dat dat wel in de praktijk wordt geleerd.
En dat terwijl we in een tijd leven waarin respect voor gezag en kundigheid niet langer vanzelfsprekend is, maar in de uitvoering moet worden verdiend. Zeker in een tijd waarin sprake is van een eigen regie en verantwoordelijkheid bij zowel organisaties, als professionals, als gebruikers of patiënten. Dit vraagt een wezenlijk andere manier van respect tonen naar elkaar in een relatie die uitgaat van gelijkwaardigheid tussen ongelijke personen, tussen de professional en de leek.

Wat ik hierin persoonlijk lastig vind, is dat maatschappelijke instanties onvoldoende lijken te zijn meegegroeid met deze maatschappelijke ontwikkelingen. Zo werd ik onlangs geconfronteerd met een kwestie van een niet bijster professionele kraamzorg. Die straalde weinig betrokkenheid uit bij de inzet om van de kraamtijd iets bijzonders te maken voor moeder en kind. Toen de instelling de kraamvrouw op de laatste zorgdag belde om haar te vragen naar de kwaliteit van de kraamzorg en ze hoorden dat het niet goed ging, reageerden zij met een: ’Wat jammer dat u niet eerder met ons contact hebt opgenomen. Dan hadden wij er iets aan kunnen doen.’

Los van de conclusie dat deze jonge kraamvrouw vanuit haar zelfregie eerder aan de bel had kunnen trekken, vroeg ik me vanuit gelijkwaardigheid tussen deze partners af: Hoe professioneel het is als een zorginstelling pas op de laatste zorgdag vraagt of alles naar wens verloopt? Hoe goed kent de zorginstelling haar eigen medewerkers? Als dat bevestigend mag worden beantwoord, waarom wordt hier dan niet beter de vinger aan de pols gehouden? Wat zegt dit over de zelfregie en de eigen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde zorg bij deze zorginstelling?
Of wat vinden we van een maatschappelijk georiënteerd busbedrijf dat na afloop van de familiedag uren later dan de afgesproken tijd komt voorrijden met als enig excuus dat de drukte rond Arnhem (Market Garden) de oorzaak was? Die drukte was toch te voorzien? En hoe houd je als busbedrijf dan de eigen regie? Door te werken op de manier die de buschauffeur – die voorreed – opmerkte: ‘Ik kreeg de melding van deze rit pas binnen toen de beloofde aanrijtijd al ruimschoots was overschreden.’ Gevolg de betrokkene die de bus had besteld kwam pas om 21:00 uur ’s avonds met een rammelende maag thuis.

Een paar andere deelnemers aan de familiedag in dezelfde omstandigheden dachten slimmer te zijn. Ze liepen naar de kruising van de straat voor het museum waar een restaurant staat. Ze vroegen of ze daar konden eten. Dat werd afgewezen omdat een van de mensen, die wilde eten haar eten gemalen moest nuttigen. Het restaurant zei geen keukenmachine te hebben om het eten te malen. Moeten we dat geloven? Of is het een nette manier om te zeggen dat je niet welkom bent.

En ondanks al die gebeurtenissen wordt van mensen die zorg nodig hebben, verwacht dat ze hun eigen waarde weten te bewaren en instaat blijven tot het voeren van zelfregie en het dragen van eigen verantwoordelijkheid.

Mijn conclusie bij dit alles is eerder: er is iets ernstig mis in onze samenleving, waarvoor we met elkaar verantwoordelijk zijn. Om dat wezenlijk te veranderen dient ieder van ons binnen zijn eigen rol en vermogen zijn zelfregie en eigen verantwoordelijkheid te nemen. Organisaties dienen hierbij als niet-natuurlijke-personen, toch als een persoon te reageren vanuit een betrokken menselijke maat.

Gerard Kulker
Voorzitter