Wat is er mis met het comfortabele pad?

Een nicht van mij stuurde mij een film toe, die ik via internet kon bekijken. Een lieve geste nu ik van mijn hartinfarct en alle emoties daar omheen aan het genezen ben.
De film (a mindful choice) was een mooie, indrukwekkende film waarin zichtbaar werd gemaakt hoe een balletschool, een gevangenis en trainers van mindfulness deze methode gebruikten om iets moois van hun leven te maken. Na de film vroeg ik me af met welk doel mijn nicht, die mindfulness trainer is, mij de film cadeau had gedaan?
Ik moest er even voor gaan zitten maar kwam er na enig denkwerk achter, toen ik terugging naar wat mij van de film het meest is bijgebleven.

Die scene gaat over een van de trainers, die graag motorrijdt. Hij rijdt een berg op over een mooie geasfalteerde weg. Het volgen van de motor die over de weg zoeft, geeft me een heerlijk vrij gevoel. Ik voel nog net niet de wind door mijn haren waaien en geniet van het heerlijke gebrom van de motor. Ik betrap me erop dat ik in het bochtenwerk min of meer met de motor meebeweeg en er komen herinneringen bij me op van mezelf als puber achter op de motor bij mijn vader.

Terwijl de trainer de berg op rijdt, vertelt een voice-over dat de weg die wordt gevolgd wel een comfortabele weg is. Die weg zal ons vast en zeker veilig naar boven leiden. De trainer had natuurlijk ook een andere weg of manier kunnen kiezen om de berg op te gaan. Een minder comfortabele weg bijvoorbeeld, recht omhoog door de het gras, langs de bosjes en over de rotsen. Dat was een avontuurlijkere weg geweest, waarop hij vast andere dingen geleerd zou hebben, dan de routine van het motorrijden vraagt.
Er werd uitgelegd dat mensen doorgaans geneigd zijn een hen bekende, comfortabele weg te kiezen.
De kijker werd gevraagd stil te staan bij wat hij zelf gewend is in zijn leven te volgen? Kies je voor de comfortabele, vertrouwde weg of durf je het aan om een minder vertrouwde weg te volgen? En welk resultaat heeft die keuze opgeleverd?

Die vragen zetten mij aan het denken over mijzelf. Ik kwam tot de conclusie dat ik geen mens ben die geneigd is per definitie de comfortabele, vertrouwde weg te kiezen. Met enige regelmaat kies ik bewust een andere onbekende weg om op mijn plaats van bestemming te komen.

Bijvoorbeeld op vakantie genoten onze kinderen ervan als we als gezin van het pad afgingen en een eigen weg kozen bergopwaarts.
Op een keer wandelde we door de bergen toen ineens een bergbewoner voor ons opdook. In plaats van via het pad de berg af te lopen, koos hij ervoor dwars door de alpenweide en struiken naar beneden te rennen. Met grote sprongen en stappen en balancerend op stenen en rotsen, vloog hij langs ons heen naar beneden.
Wat zou het heerlijk zijn als wij zelf ook zo naar beneden durven te rennen. Zouden wij Nederlanders dat ook kunnen? Vroeg ik me af.
Mijn zoon durfde met mij die uitdaging wel aan. Dus gingen we samen de berg op om er daarna af te hollen. Naast elkaar renden we naar beneden. Nu eens renden we naast elkaar, dan lag hij op kop en even later ik. Op bepaalde stukken moesten we van steen naar steen springen of op en over een rots. In volle concentratie, niet alleen vooruitkijkend naar wat voor ons opdook, maar min of meer tegelijk ook weten of snel kijken naar waar onze voeten terecht kwamen om zo onze balans te kunnen bewaren. We hadden die opperste concentratie dus nodig om adequaat te kunnen reageren en anticiperen om veilig beneden te komen.

Na deze mooie herinneringen kwam ik tot de ontdekking dat er nog een verbinding met mij en het thema van de film was. Het niet volgen van een comfortabel pad staat ook voor de weg die ik onlangs heb moeten afleggen na mijn hartinfarct en de hartoperatie. Ik vroeg me af wat dat pad me had opgeleverd? Hoe heb ik dat overleefd en wat heb ik op dat minder comfortabele en nieuwe pad geleerd? Waar liep ik tegen mezelf aan en hoe ben ik daaruit gekomen? Op dat moment werd mij de verbinding tussen de film en de weg die ik ben gegaan na mijn hartinfarct duidelijk.

Ik wist bij de confrontatie met het hartinfarct wat me kon overkomen. Tegelijk was ik ervan overtuigd dat dit niet mijn einde kon zijn en vertrouwde er dus op dat ik nog een weg te gaan had.

Het dotteren was een belevenis apart. Het is wonderlijk te ervaren wat men tegenwoordig eenvoudig weg kan. Terwijl ik zelf op de monitor lag mee te kijken, voelde ik de draad door mijn arm naar mijn hart gaan en zag hoe aders werden opgerekt en de stents werden geplaatst. Het was wel een teleurstelling voor me dat niet alle vaatvernauwingen bij het hart met dotteren konden worden opgelost. Voor een deel was toch een operatie noodzakelijk. Schakelen dus.

Van de hartoperatie op zich heb ik niet veel meegekregen. Toen ik bij kwam op de IC stonden mijn kinderen en partner om me heen. We hebben even gepraat en daarna ben ik weer weggezakt in mijn roes.
Na de operatie heb ik voor mezelf wat doelen gesteld.
Ik was van plan snel op te knappen en mijn leven weer te gaan oppakken.
Dat was lastig zolang ik met drains en een katheter aan het bed gekluisterd zat. Met enige regelmaat vroeg ik de verpleging dus of al die slangen nog wel nodig waren?
Dat leidde niet direct tot een duidelijk antwoord of actie. Na een paar dagen kreeg ik het bericht dat de drains en katheter eruit mochten. Daarna mocht ik voorzichtig proberen op te staan.

Nu was mij verteld dat er aan het voeteneind van het bed een touw zou komen om me onderhands op te trekken om in bed te kunnen zitten. Maar dat touw bleef naar mijn zin te lang weg. Misschien kon ik mijn benen vast buiten het bed hangen? Dat was een mooi en vast acceptabel begin, besloot ik. Langzaam schoven mijn benen onder het beddengoed vandaan.
Waar blijft de zuster nu met het touw?

Zal ik het hoofdeind van mijn bed vast wat rechter overeind zetten? Dat scheelt weer als ik op de rand van mijn bed wil gaan zitten. Toen ik eenmaal zo met mijn benen naast het bed deels overeind zat, kreeg ik het gevoel dat er maar een klein duwtje met mijn elle boog nodig was om op de rand van mijn bed te kunnen gaan zitten. En inderdaad dat lukte. Niet persé een touw nodig dus. De zuster kwam net terug toen ik op de rand van het bed zat. Daar vandaan was het een klein kunstje om onder toezicht en aanwijzingen van de zuster op te staan en in de stoel naast mijn bed te gaan zitten.

Al met al kwam ik tot de ontdekking dat ik zelf voldoende mijn weg kon vinden op de mij onbekende weg van het maken van mijn eerste stapjes na de operatie. Het touw is er niet meer gekomen en ik werd alsmaar mobieler zodat ik 4 dagen na de operatie naar huis kon.

Terugkijkend gaf het hele proces mij een goed beeld van wie ik ben en hoe ik mijn weg op onbekend terrein vind. Het heeft mij vertrouwen gegeven. Maar ook dat het mij nu en dan makkelijker zou zijn afgegaan wanneer ik anders leer omgaan met mijn ongeduld. Dat geeft onnodige irritatie en ik loop het risico over mijn grenzen heen te gaan. Anderen zijn hier voor mij meer een goede maatstaf geworden. Overigens niet dat ik nu zonder meer ben gaan luisteren naar wat anderen zeggen. Ik ben wel meer in samenspraak met anderen gaan afwegen wat voor mij een goede weg is. Soms moest ik dan leren terugschakelen. Soms ook kwamen de ander en ik erachter, dat ik toch meer kon dan wat er aanvankelijk werd verwacht.

Wat zijn jullie ervaringen op de minder comfortabele paden die jullie vast ook tegenkomen?

Gerard Kulker
Voorzitter ADCA/Ataxie Vereniging