Hoewel de herfst gaandeweg steeds duidelijker in de natuur aanwezig is, heb ik regelmatig nog mijn afgelopen vakantie in mijn hoofd.
Sowieso omdat het heerlijke wandelvakanties waren. Maar deze keer vooral omdat vakanties mij doen denken aan het letterlijk kunnen overschrijden van grenzen. De grenzen die er tussen landen zijn. Maar ook de grenzen tussen de verschillende culturen of het min of meer loskomen van geijkte gewoonten. In die zin kan het overschrijden van grenzen mij nieuwe belevingen, ervaringen en een daarmee samenhangende andere rijkdom opleveren.
Zo ben ik dit jaar in Portugal en Nederland op vakantie geweest. Daarbij ben ik nog maar net terug van een korte vakantie in Duitsland.
De behoefte om deze blog te schrijven is mij onder meer ingegeven door het onderscheid dat ik ervaar tussen het zelf of juist gedwongen moeten kiezen voor het overschrijden van mijn grenzen. Grenzen om mij heen, maar vooral ook in mijzelf.
Mij heeft het omgaan met grenzen geleerd hoe belangrijk het is om je goed bewust te zijn en te blijven realiseren waarom je grenzen overschrijdt. Voor je plezier, noodgedwongen of omdat het zo uitkomt. Bij het door noodgedwongen verleggen van mijn grenzen, vind ik het belangrijk stil te staan bij mijn verlies dat hierbij aanwezig is. Ook een plaats geven aan het verdriet dat hierbij hoort en het daarna vinden van een andere weg om door te kunnen gaan.
Vooraf is het wel goed te weten dat ik van nature niet iemand ben die sterk aan vaste gewoontes of grenzen gehecht is. Ik kleur graag en regelmatig buiten de lijntjes, zal ik maar zeggen. Dat zijn dan wel vaak dingen, die ik zelfbewust heb gekozen. Bijvoorbeeld van een vaste route afwijken om een nieuwe te vinden.
Maar nu ik ouder word, de afgelopen zomer werd ik 80 jaar, loop ik soms tegen andere soorten grenzen aan. Zo viel me laatst op dat ik al lange tijd niet meer heb gefietst. Niet zozeer omdat ik het niet meer wil. Maar gewoon omdat het niet zo vaak meer in me opkomt. Of misschien ook wel omdat ik me minder zeker voel op mij fiets?
Inmiddels heb ik daarnaast wat aandoeningen, die al dan niet met mijn leeftijd verbandhouden. Zo lijd ik aan een hart en vaatziekte, heb diabetes 2 en ben mijn galblaas kwijtgeraakt. Om de belangrijkste hier te noemen. Aandoeningen, die een aantal consequenties voor mijn manier van leven hebben.
Ik heb dus, net als andere mensen met een aandoening, moeten leren leven. Velen van jullie herkennen dit vast ook van hun aandoening.
Je probeert je voor te stellen hoe je leven er nu gaat uitzien met je aandoening. En naar gelang dat vooruitzicht somberder wordt, stel ik mij ook bepaalde grenzen voor tot waar het leven voor mij nog zin heeft.
Ik werd hiermee voor het eerst geconfronteerd bij mijn hartoperatie. Om de bypasses na mijn hartinfarct te kunnen plaatsen moest ik aan een hart-longmachine. Mijn hart werd tijdelijk stilgezet en moest na de operatie dus weer op gang worden gebracht.
De arts vroeg mij voor de operatie of ik na een geslaagde operatie bij een eventuele hartstilstand gereanimeerd wilde worden?
De vraag verwonderde mij wat, want na de operatie moest mijn hart natuurlijk op gang worden gebracht. Anders had de operatie geen zin. Het zette mij wel aan het denken. Hoe wilde ik na mijn operatie omgaan met een eventueel opnieuw hartfalen en/of hartstilstand? Had de reanimatie zin en hoe kon ik hierna verder leven. Dit dwong mij om mij nader te beraden over waar voor mij de grens ligt van een voor mij nog zinvol leven. Met daaraan gekoppeld en nog belangrijker: hoe zorg ik ervoor dat ik deze grens ook kan naleven. Want mijn ervaring is dat grenzen in het leven veelal geleidelijk verschuiven. Ze gaan niet altijd met grote sprongen met daaraan voorafgaand een moment van overdenking.
Want mijn ervaring is dat grenzen in het leven veelal geleidelijk verschuiven.
Het noodgedwongen overschrijden van grenzen wordt voor mij bij dit alles ingewikkelder en/of gevoelsmatig haast onmogelijk gemaakt.
Hoewel ik dus graag buiten de lijntjes kleur, wordt me dat in bepaalde opzichten op basis van mijn aandoeningen en leeftijd minder mogelijk gemaakt. Dit is ook de reden dat ik mij bezighoud met het leefstijlroer. Door bepaalde voedingsgewoonten te veranderen in combinatie met regelmatig sporten kan ik tot op heden goed leven met mijn aandoeningen. Zo heb ik mijn diabetes 2 goed onder controle en gebruik hiervoor minder medicatie. Daarnaast prijs ik mij gelukkig dat mijn hart bij mijn sporten in een goede conditie is gekomen. Hierdoor heb ik een pacemaker vanwege een ritmestoornis tot op heden heb kunnen uitstellen.
Naast het tellen van deze zegeningen, loop ook ik regelmatig op tegen mijn grenzen wanneer ik met mijn kleinkinderen op stap ben. Vooral een speeltuin doet mij tegen mijn grenzen aanlopen.
Zo wilden mijn kleinkinderen tikkertje met mij spelen op een klimtoestel. Casper was de eerste tikker. Alyssa en ik maakten ons uit de voeten door ‘snel’ het speeltoestel in te klimmen. Maar helaas bleek Casper sneller en lenig bij het klimmen. Dus al snel was deze opa getikt.
Het lukte mij met enige inspanning om Alyssa in het nauw te drijven en te tikken. Maar al snel was ik opnieuw de tikker.
We waren nog niet zo lang bezig, toen Casper mij ‘bevrijdde’ met de opmerking: “Laten we maar iets anders doen, Alyssa. Want opa kan niet meer zo goed klimmen.”
Een waarheid als een koe, die mij achterliet met enerzijds het gevoel verlost te zijn uit een mijn enigszins benauwde situatie. Maar tegelijk wees die opmerking mij wat pijnlijk op het stijgen van mijn leeftijd en daarmee mijn dalende soepelheid en snelheid. Mijn inzet bij het sporten bleek hier helaas onvoldoende.
Om die reden ben ik het volgende gaan huldigen:
1. Ik ben me steeds beter bewust van mijn grenzen en ga er zorgvuldig mee om.
2. Daarbij maak ik een onderscheid in zelfgekozen grenzen en noodgedwongen grenzen. De eerste groep biedt mij toch nog enige ruimte om te verkennen wat bij mij passend is. De tweede groep dringt zich duidelijker aan mij op en biedt minder mogelijkheden om zo’n grens te ontwijken.
3. De struisvogelpolitiek is bij deze groep een manier van uitstel, maar geen afstel. Daarnaast loop ik hiermee een zeker risico. Het is goed voor mij om dat risico van tevoren goed in te schatten. Op basis van wat het mij waard is, kan ik dan bepalen toch ‘mijn kop maar wel of niet uit het zand te halen’!
4. In principe zijn grenzen niet altijd onoverkomelijk, maar het kan zijn dat ik er wel een prijs voor moet ‘betalen’. Met een bepaalde training
kan ik ervoor zorgen dat een grens voor mij kan worden uitgesteld of verlegd. Als ik daarvoor ten minste de nodige discipline en inspanning kan opbrengen. Het resultaat bepaalt dan of mijn inspanning de moeite waard is geweest.
5. Eerlijkheid en een heldere blik zijn hierbij dan een voorwaarde om ongelukken te voorkomen.
Ik wens jullie veel succes toe in het bewust omgaan met de grenzen die jullie in je leven ontmoeten. En de wijsheid die nodig is om je ervaringen de plaats te geven, die het toekomt.
Zelf bevind ik mij ook op die weg als hartpatiënt. Tot op heden het verwondert het mij nog steeds wat ik met 3 maal per week sporten heb bereikt. Tegen één grens ben ik wel aangelopen. Ik was aanvankelijk te fanatiek aan de slag gegaan, waardoor ik aan het eind van mijn sport inspanning regelmatig duizelingen kreeg. Nu ik bij mijn sporten een paar tandjes terug heb geschakeld, zijn mijn duizelingen aanmerkelijk minder geworden.
Gerard Kulker